Stijnzijn

Menu
Column
De mogelijkheid van het zijn

Ineengedoken als een vogel zit ik op een bank op de Helvetiaplatz. Ik luister naar een podcast over een nieuwe biografie over Sylvia Plath. Je moet iets doen om als werkloze nieuwkomer de tijd te doden in een nieuw land – in mijn geval. De Nederlandse presentator merkt op dat er om de haverklap nieuwe vrienden verschijnen in Sylvia’s leven, vrienden die maar een paar pagina’s meegaan en dan weer verdwijnen. “Ze versleet mensen bij de vleet. Niemand die bij haar bleef.”

Van alle tragiek in het leven van de dichteres, is dit het fragment dat na afloop blijft aan me kleven. Ik kijk om me heen op de bank. Het leven gaat aan me voorbij. Een vrouw plaatst boeken in de rode boekenruilkast. Een jongen ontsteekt een sigaret en neemt een gretige eerste trek. Een Beagle snuffelt aan het grind terwijl zijn baas aan de leiband in het ijle tuurt. Het leven is een aaneenschakeling van onvoorziene voorbijgangers. Af en toe blijft iemand aan je plakken, maar zoals post-its aan de muur dwarrelen sommigen na een tijdje vanzelf uit het zicht. Andere verfrommel je bewust of verdwijnen gestaag, ook al is er geen teken aan de wand. Of de vogel vliegt het nest uit. Tabula Rasa. Weg is ie.

De mogelijkheden van het zijn.

Andere stad, andere provincie, ander land. Vogelvlucht, de rode draad in mijn leven. Niet verwonderlijk dat mijn labyrint gevuld is met gerafelde, doorknipte vriendschapsdraden. Zelfs Ariadne zou er radeloos in verstrikt raken.

Ik scrol door mijn Whatsappberichten, maar maak me geen illusies. Verre vrienden leggen vrijwel altijd de duimen voor goede buren. Voorbijganger, vriend en vreemde vloeien in elkaar en vormen de aquarel van mijn sociaal netwerk.

Vriendschapsverdriet, ieder draagt het met zich mee. Ik onderdruk de neiging om over mijn schouder een blik te werpen naar wat ooit was, anders struikel ik over de restanten van mijn eigen leven.

Wat als? Had ik? Zou ik?

Het heeft geen zin om het verleden te herschrijven.

Nu zit deze trekvogel hier op een bankje in een wildvreemd land. Het blad is onbeschreven. Welke versie van mezelf schrijf ik neer? Wie leurt koffies met me op zaterdag? Met wie voer ik diepe gesprekken bij valavond? Wie lijmt me als ik breek?

“And like the cat I have nine times to die. This is Number Three”, dichtte Plath in Lady Lazarus. Ik verhuisde en sprong in het diepe. Kom ik op mijn pootjes terecht of ben ik een vogel voor de kat?

De podcast loopt ten einde. Ik sta op, kijk om me heen en spreid mijn vleugels. Het komt allemaal wel goed.

Dit wil je vast ook lezen

Column
Als je eens wist Je wordt ouder maar het kleine jongetje, dat zich onder de tafel verschool als mama en papa weer eens ruzie hadden, draag je nog altijd…
Column
Celdeling Het is alweer tien jaar geleden dat ik op een woensdagavond in januari op weg was naar een toekomst die ik vermoedelijk niet langer met…