Stijnzijn

Menu
Column
Met het doven van de sigaret, was ook onze relatie een uitgemaakte zaak

De vonk sprong drie jaar geleden over op een congres in Praag. Ik had je al in workshops gespot met je blauwe ogen en guitige lach. Op de slotavond kruisten onze paden en wierp je me een niet te misverstane blik toe. Al bleef je altijd voet bij stuk houden dat ik naar jou knipoogde. We raakten aan de praat en de rest van de nacht hing ik aan je lippen.

Bij het ochtendgloren belandden we op je Airbnb. Voor mij eerder een zeldzaamheid. Enkele uren later ging de wekker al af. Na ettelijke snooze-beurten rustte je hoofd nog altijd op mijn schouder. Je wektoon was het Hood van Perfume Genius een magisch lied. Terwijl jij nog stevig aan het slapen was, raakte ik betoverd door je. Tegen de regels van een one-night stand in nam ik stiekem een foto van ons om het moment te koesteren. Iets zei me dat ons verhaal nog niet gedaan was.

Vervolgens zat ik op de tram naar het hotel, half zwevend en half melancholisch om de vluchtigheid van ons treffen. Een paar uur later zouden we allebei naar ons thuisland vliegen. Jij naar Zwitserland, ik naar België. Het draaide anders uit toen je stuurde of ik geen zin had om nog een koffie te gaan drinken. Kort daarna zaten we in de Praagse lentezon. Ettelijke weken, internationale treinritten en diepe gesprekken verder was er sprake van een langeafstandsrelatie.

De wereld stond in brand, wij in lichterlaaie voor elkaar

En dat ondanks alle twijfels en onzekerden. Jij had angst om je aan iemand te hechten, ik had angst om verlaten te worden. Jij geloofde niet in de eeuwige liefde, ik koesterde de hoop dat jij de mijne was. Jij een verstokte roker, ik die er een hekel aan had. The odds were against us, en toen kwam COVID-19.

Op het moment dat Europa haar grenzen sloot was in ik bij jou Zwitserland. Daar bleef ik plakken. Terwijl de rest van de wereld afstand hield, groeiden wij in onze bubbel alsmaar dichter naar elkaar toe. Liefde in tijden van een globale pandemie. De wereld stond in brand, wij in lichterlaaie voor elkaar.

Toen ik enkele na maanden met mijn hele hebben en houden definitief naar Zwitserland verhuisde, bracht ik naast een handvol aaibare huisdieren ook mijn iets minder aaibare rugzak met onzekerheden, jeugdtrauma’s en overpeinzingen met me mee. De eerste maanden waren hectisch. We werden verschillende keren van het kastje naar de muur gestuurd in de administratieve molen. Toen COVID-19 een zomerstop hield, ging ik in mijn nieuwe thuisland op zoek naar een job … Voor ik het wist was het jaar voorbij en startte 2021 zonder kopzorgen. Voor het eerst in lange tijd had ik geen Mist und Nebel in mijn hoofd. Ik moest niet langer overleven, ik kon simpelweg leven. Met jou.

De zorg die je me schonk evolueerde van bezorgdheid naar kopzorgen

Terwijl ik op wolken liep, werd de eeuwige sneeuw op de grillige bergtoppen in mijn brein langzaam maar zeker terug zichtbaar. Donkere kronkels en onverwerkte emoties sijpelden als smeltwater door mijn gedachten. Getuige van huiselijk geweld, kindverstoting, jarenlang gepest … Het triumviraat van verlatingsangst, laag zelfbeeld en geen zelfvertrouwen nam weer controle over mijn geest. Het feit dat ik, die nogal vlot met mijn moedertaal overweg kan, het nu professioneel ook in het Duits moest zien te rooien, ik wat tijd nodig had om me in mijn nieuwe thuisland thuis te voelen en COVID-19 een blijvertje was, speelden ook niet in mijn voordeel. Er verscheen terug een waas voor mijn ogen en jij was maandenlang mijn rots in de branding.

Toen de rook om mijn hoofd langzaam maar zeker verdween, ontwikkelde jij een ondraaglijk verantwoordelijkheidsgevoel. Voor jou had ik mijn thuisland verlaten. Af en toe miste ik mijn mama en mijn vrienden. Professioneel waren we met elkaar verbonden. Ik was afhankelijk van jouw sociale netwerk. Daarnaast was het beeld van je depressieve geliefde op je netvlies ingebrand, ook lang nadat ik uit het dal geklommen was. Ondanks de liefde die je nog altijd voor me voelde, was de vlam gedoofd.

De zorg die je me schonk evolueerde van bezorgdheid naar kopzorgen. Terwijl ik dag na dag gelukkiger werd, werd jij ongelukkiger. De vlam wakkerde niet meer aan, hoe zeer je dat ook wilde. Het vuur was uit. Op het balkon stak je een sigaret aan en nam je een beslissing. Met het doven van die sigaret, was onze relatie voor jou ook een uitgemaakte zaak.

Enkele tellen later bracht je me die moeilijke boodschap over. De grond zakte onder mijn voeten weg. Ik besefte ik dat ik afscheid moest nemen van het leven dat ik de voorbije twee jaar had opgebouwd. Van het land en de vrienden die zich in mijn hart genesteld hadden. Van jij die alles voor me was. Van jij die dat nog altijd bent. Het vuur in mij raakt minder snel geblust. Het brandend verlangen smeult na.

Tschüss Zwitserland, terug naar België dan maar. Met hebben en houden, huisdieren en een nog zwaardere rugzak. In zak en as. Wachtend op de feniks die uit as herrijzen zal.

Dit wil je vast ook lezen

Column
Als je eens wist Je wordt ouder maar het kleine jongetje, dat zich onder de tafel verschool als mama en papa weer eens ruzie hadden, draag je nog altijd…
Column
Celdeling Het is alweer tien jaar geleden dat ik op een woensdagavond in januari op weg was naar een toekomst die ik vermoedelijk niet langer met…