Stijnzijn

Menu
Getuigenis
Op een dag vind je de job van je leven, en dan ben je weg natuurlijk
Tekst: Stijn Depoorter, Illustratie: Jeroen Van Zwol

Journalistiek was een boeiende studierichting, maar dat diploma opende niet meteen deuren toen ik in 2005 afstudeerde. Het solliciteren liep niet van een leien dakje voor de onzekere snotneus die ik toen was. ‘Je bent een sterke kandidaat, maar we nemen toch liever iemand met wat ervaring aan.” Een dooddoener die vele recent afgestudeerden moeten doorslikken.

Het duurde tot de lente van 2006 tot ik eindelijk prijs had. Een administratieve baan in de energiesector met veel telefonie en verrassend ingewikkelde werkwijzen. Geen journalistiek, maar best wel een uitdaging om alles onder de knie te krijgen. Een stabiel bedrijf, contract onbepaalde duur, aanvullende voordelen. Kortom, mijn broodje was gebakken.

Na 2,5 smaakte dat broodje toch al wat oudbakken en belandde ik op de communicatiedienst van het bedrijf. Een nieuwe start die ervoor zorgde dat de onzekere twintiger langzaam uitgroeide tot een (min of meer) zelfverzekerde dertiger.

Was dit het nu voor de komende dertig jaar? Ik had wel een goede baan, maar een carrière kon ik het toch niet noemen.

De jaren vlogen voorbij en terwijl ik met mijn persoonlijk leven wel eens in woelige wateren terechtkwam, bleef de baan een constante in mijn leven. Een veilige thuishaven te midden van een heftige relatiebreuk, een knoert van een depressie en een reeks verhuizen.

Een aantal jaar geleden begon het toch te knagen. Was dit het nu voor de komende dertig jaar? Ik had wel een goede baan, maar een carrière kon ik het toch niet noemen. Niet dat ik een carrièretijger was, maar ik voelde dat ik er aan mijn plafond zat. Er waren geen doorgroeimogelijkheden. Mijn persoonlijke ontwikkeling en groei kwam tot stilstand.

Ik begon rond te kijken, maar was kieskeurig. Want ik wilde niet inboeten op de talloze vakantiedagen, de hospitalisatieverzekering, de aanvullende premies… Ik solliciteerde op een handvol vacatures, maar verder dan een eerste gesprek raakte ik niet. Op de meeste interessante vacatures die ik zag passeren, solliciteerde ik niet. Omdat ik toch ‘niet goed genoeg’ zou zijn. Omdat ik schrik had om in het onbekende te springen en uit de gouden kooi waarin ik zat te vliegen.

Voor elke dag die ik graag naar het werk pendelde, waren er vier dat ik me naar kantoor moest slepen. Ik vond geen voldoening meer in de job, die door een aantal reorganisaties op vlak van inhoud en werkdruk een flinke duik genomen had.

Het duurde een tijdje voor ik besefte dat niemand op je zit te wachten. Ik moest zelf het heft in handen nemen

Ondertussen had ik ontdekt dat ik wel van schrijven hield, en dat er een publiek voor mijn teksten was. De blog groeide gestaag. Af en toe pikten andere media mijn stukken op. Ik begon als vaste redacteur/vrijwilliger bij Charlie en raakte steeds geprikkelder door het schrijfgebeuren.

Toch gebeurde datgene waar ik stiekem op hoopte niet. Ik kreeg geen jobaanbiedingen. Ze visten mij niet op. Het duurde een tijdje voor ik besefte dat niemand op je zit te wachten. Ik moest zelf het heft in handen nemen en besloot om zelfstandige in bijberoep te worden.

Een rustige fulltime job in combinatie met een uitdagend bijberoep, om dan op termijn part time te werken. Ik had mijn plan helemaal uitgestippeld. Het beste van beide werelden: werkzekerheid, allerlei aanvullende voordelen en verveling tijdens de werkuren, voldoening en persoonlijke groei erna. Klaar is Kees.

Tot ik, nog geen twee maanden later, een vacature zag passeren waarop ik in een zotte bui van ‘ah waarom ook niet, dat wordt toch niets, hoofdredacteur, ikke?’ solliciteerde.

Twee weken later was het contract ondertekend en diende ik op een zomerse maandagmorgen met een klein hartje mijn ontslag in. Voor alles een eerste keer…

Er rijden ongelooflijk veel treinen voorbij in een mensenleven, op sommigen spring je, andere laat je passeren

Tot mijn grote verbazing reageerden mijn bazen uiterst positief. Ze bewonderden zelfs mijn lef en wensten me het allerbeste toe. Toen mijn bazin het nieuws aan de andere collega’s bekend maakte citeerde ze uit een interview met oncoloog Wim Distelmans dat ze dat weekend in de krant had gelezen: “Er rijden ongelooflijk veel treinen voorbij in een mensenleven, op sommigen spring je, andere laat je passeren. Sommige mensen springen nooit. Je wilt niet weten hoeveel mensen ik op hun sterfbed al heb horen zeggen: had ik maar. En waarom ze het dan niet gedaan hebben? Angst. Angst om te leven.”

Ik had genoeg treinen laten passeren. Ik waagde de sprong. Ik durfde te leven. Tot dat besef kwam ik des te meer toen verrassend veel collega’s me daarna aanspraken. “Kras dat je de stap durft zetten, ik had dat vijftien jaar geleden ook moeten doen maar nu is het te laat.” , “Ik bewonder je omdat je uit de gouden kooi durft te vliegen, het is nu dat je het moet doen, ik wil het ook doen maar durf het niet omdat ik kinderen heb.” , “Ik ben jaloers op je, ik wou dat ik de moed had om hetzelfde te doen.”

Door die reacties bleef er geen tikkeltje twijfel meer over. Financieel zet ik een stap achteruit maar persoonlijk win ik zo veel meer. Ik heb gesprongen. Ik durf te leven. Nu jij nog?