Stijnzijn

Menu
Getuigenis
Het album van de vergetelheid
Tekst: Stijn Depoorter Illustratie: Valérie Van Den Eynden

Enkele weken geleden begon ik in een vlaag van overmoedigheid de documenten op een oude computer op te schonen. De wiswoede viel nog mee, tot ik aan het fotoprogramma kwam waarop een decennium aan kiekjes opgeslagen stond.

Niet zomaar een decennium, maar het decennium waarin de digitale fotografie haar intrede deed. Het decennium waarin van elke foto op z’n minst een dozijn varianten genomen werd. De euforie van de overdaad won het van het gezond verstand. Nu je foto’s niet langer analoog moest ontwikkelen, kon je eindeloos doorklikken om de perfecte foto te nemen – om vervolgens nooit meer de niet-perfecte foto’s te wissen.

Toen ik door de honderden en honderden foto’s browsete, snakte ik met weemoed naar de tijd waarin je nog gezellig het zware fotoalbum op je schoot kon bladeren om naar vergeelde foto’s met foute klederdracht uit de jaren 80 te staren. Hier en daar hangt een foto scheef omdat het fotohoekje loskwam. Her en der heeft mijn moeder er korte boodschappen bijgeschreven. Eerste sneeuw winter 1985, Sinterklaas 1988, verjaardag oma 1991… Handvaten om niet te verdwalen in het nostalgische kluwen van het verleden.

Een folder op je harde schijf kan helemaal niet tippen aan de charme van zo’n fotoalbum. Toch moest ik me erdoor zien te worstelen. Maar het nostalgische schepsel dat ik ben, raakte al snel verstrikt in een web van vergeten gewaande herinneringen en werd geconfronteerd met de onomkeerbaarheid van het bestaan.
Hoewel mijn eerste grote liefde, met wie ik bijna acht jaar samen was, nog steeds haarscherp op de foto’s afgebeeld staat, zijn mijn herinneringen aan hem al danig vervaagd.

Door naar de foto’s te kijken, besefte ik in welke mate je leven er in een paar jaar volledig anders kan gaan uitzien. Vrienden van toen zijn uit mijn leven verdwenen. Huisdieren zijn naar de eeuwige jachtvelden vertrokken.

Hoewel mijn eerste grote liefde, met wie ik bijna acht jaar samen was, nog steeds haarscherp op de foto’s afgebeeld staat, zijn mijn herinneringen aan hem al danig vervaagd.

Vergeten gewaande gedachtenissen kwamen terug. Hoe we samen opgroeiden, afstudeerden, aan onze toekomst timmerden. Maar ook hoe we schijnbaar onopgemerkt uit elkaar groeiden. Als twee continenten dreven we uiteen door wrijvingen die zich al veel langer op de duistere bodem van onze oceaan afspeelden.

Ik keek naar de foto’s van ons beiden zonder te beseffen dat ‘wij’ het waren. Het leek alsof ik naar een afbeelding van twee vreemden zat te staren. Ik herkende mezelf niet meer. De persoon op die foto’s, die ben ik niet meer. Mentaal én fysiek. Maar ook hij was een vreemde geworden. Ik kon me zijn stem niet meer voor de geest halen, ik was vergeten hoe hij me kuste, hoe zijn lichaam het mijne raakte en tot zich nam. Vergeten hoe hij lachte, huilde, kwaad werd of klaarkwam.

Hoe bizar is het dat de hoofdrolspeler uit een bepaalde periode uit je leven zo kan vervagen dat hij op foto’s een onbekende lijkt. Terwijl de bijrollen uit dat leven, zoals je ex-schoonouders, veel levendiger memoreren. Hun stemtimbre, hun kleine typerende bewegingen of de pretlichtjes in hun ogen kan ik me wel nog herinneren alsof het gisteren was.

Hoe gaan we binnen tien jaar terugkijken op de foto’s die we nu nemen?

In 2017 werden naar schatting wereldwijd meer dan 1,2 biljoen foto’s genomen. Hoe gaan we binnen tien jaar terugkijken op de foto’s die we nu nemen, die ergens verborgen staan in een anonieme cloud tussen een lawine van screenshots, selfies en memes? Kijken we dan ook naar een vreemde als we naar de jongere versie van onszelf staren? Kunnen we dan de stem van een overleden dierbare nog voor de geest halen? Speelt dezelfde partner als nu dan nog de hoofdrol in ons leven en spammen we onze omgeving dan vol met baby- of kattenfoto’s?

Misschien hebben we met de altijd ‘beter’ wordende technologie tegen die tijd wel hologrammen, die ons een haarscherpe weergave van een bepaalde persoon of gebeurtenis uit verleden voorschotelen. Scherpt dat ons geheugen aan, of wordt het daardoor net afgevlakt omdat we zelf minder moeten graven in ons brein? Zou een kraakhelder hologram ons minder nostalgisch maken?

Ik betwijfel het. Exen zullen met de tijd altijd onbekenden worden, onze jongere ikken zullen van ons vervreemden, en geliefde huisdieren komen – alle technologie ten spijt – nooit meer van de eeuwige jachtvelden terug.