Stijnzijn

Menu
Longread
La grande dame de la rue
Tekst en foto: Stijn Depoorter

Een zomeravond in Lyon. Het hoogseizoen is voorbij maar toch heerst er nog een gezellige drukte in de smalle steegjes van de stad. Ik zit op een terras en kijk naar wat er rondom me gebeurt. Aan de overkant van de straat verschijnt er een straatartieste. De vrouw zingt Padam padam van Edith Piaf. Ik schat haar eind de vijftig. Ze ziet er ietwat sjofel uit. Haar jas lijkt op een legering van zwart leer en plastic. Rond haar nek draagt ze een sjaaltje met bloemen die vervaagd zijn door veelvuldig wassen. Haar schoenen zijn rijp voor de vuilbak maar ah, ze zitten zo gemakkelijk meneer. De vrouw heeft stug koperkleurig haar met een grijze uitgroei. Net iets te vaak behandeld met een goedkope kleurenspoeling. Haar bleke huid weerspiegelt in de duisternis.

Van wat ik er van kan zien draagt ze weinig of geen make-up. Misschien wat lippenstift? Maar die moet dan dringend bijgewerkt worden. De vrouw trekt een boodschappentrolley met zich mee waarvan de boodschappentas werd vervangen door een draagbare radio/cd-speler waarop de backing track van het lied speelt. Het toestel is een overblijfsel van een lang vervlogen tijd. Midden jaren negentig had elke tiener zo’n exemplaar op de kamer. Hét plechtige communiegeschenk bij uitstek voor een generatie die zonder downloads en mp3’s opgroeide.

Melancholie loert om de hoek maar het wordt in de kiem gesmoord als de muziek plots stopt. Ook de vrouw stopt met zingen. Het aftandse toestel laat het afweten. “Kan gebeuren”, zie je de toeschouwers denken. “Kan gebeuren”, denk ik. De vrouw buigt zich, drukt op een paar knoppen en het nummer begint terug te spelen. Ze begint opnieuw te zingen en de artieste komt terug tot leven. Padam, padam, padam …

Ze mag er dan wel sjofel uitzien en in een klein steegje staan te zingen, toch straalt ze een zekere fierheid uit.

Luttele seconden later begeeft de cassettespeler het opnieuw. Ze laat zich niet van de wijs brengen en begint weer te zingen. Voor even. Heel even maar. Want dit jammerlijke scenario herhaalt zich binnen de kortste tijd opnieuw. En opnieuw. En opnieuw … De techniek laat het afweten maar de vrouw niet. Keer op keer begint ze uit volle borst haar Franse chanson te zingen. Opgeven is niet aan de orde, afdruipen nog minder. Het is een doorzetster. De reacties van de toeschouwers zijn gemengd. Sommigen moeten veel moeite doen hun gezicht in de plooi te houden. Anderen slagen hier niet in en verbergen zich proestend achter een menukaart. Bij nog anderen merk je een zweem van medelijden met de vrouw op hun gezicht. Ze stoppen de vrouw dan ook wat geld toe als ze voorbij hun tafel passeert.

Zo verstrijken de minuten en verstrijkt die zomeravond in Lyon. Een aaneenschakeling van Franse chanson en stiltes. Een mengeling van medelijden en vertier bij de toeristen, een uiting van doorzettingsvermogen bij de straatartieste. Ze mag er dan wel sjofel uitzien en in een klein steegje staan te zingen, toch straalt ze een zekere fierheid uit. Precies alsof ze in Parijs op scène staat. Misschien stond ze er in een lang vervlogen tijd wel en mijmert ze over haar roemrijk verleden.

Ergens hoop ik het voor haar, ik gun het haar. Onze grande dame de la rue. Vergane glorie. Dan toch melancholie, maar het mag.