Stijnzijn

Menu
Opinie
Mijn geaardheid wordt gedoogd, maar niet aanvaard
Tekst: Stijn Depoorter, Illustratie: Zwoltopia

De voorbije jaren worden we steeds regelmatiger geconfronteerd met aanslagen. Soms gebeuren ze doelgericht, tegen een bepaald land, bevolkingsgroep of geloofsgemeenschap, dan weer lukraak en waren de slachtoffers toevallig op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plaats.

De gijzeling in de holebi-club Pulse in Orlando, waarbij gisteren maar liefst 50 mensen het leven lieten en nog eens zoveel gewond raakten, behoort tot die eerste categorie. Volgens de vader van de schutter handelde zijn zoon uit homohaat. Haat tegen een groep mensen waarvan velen het moeilijk hadden/hebben met hun geaardheid. Het aanvaardingsproces dat je doorloopt eens je beseft dat je niet voldoet aan wat ‘de maatschappij’ als normaal bestempelt, verschilt bij iedereen. Onderzoek toont aan dat bijna veertig procent van de holebi’s tijdens het opgroeien zelfmoordgedachten heeft. Veertig procent, dat stemt tot nadenken.

THE WRITINGS ON THE WALL

Bij mij is het zover niet gekomen maar ik heb wel een hele weg afgelegd eer ik besefte, en daarna aanvaardde, dat ik anders dan de anderen was. Rond mijn tiende werd ik me voor het eerst gewaar van ‘iets’ ondefinieerbaars. Begin jaren negentig was de tv-reeks Baywatch razend populair en daar hoorde natuurlijk een Panini-stickeralbum bij. Terwijl elke jongen van mijn klas wanhopig op zoek was naar de stickers met de blonde vamp Pamela Anderson op, was ik vooral op zoek naar de exemplaren van David Charvet, de redder met de blauwe ogen en het golvend haar. Ik stond er verder niet bij stil omdat ik op die leeftijd nog geen besef had van het begrip homoseksualiteit. Maar iets in mij weerhield me wel om ermee te koop te lopen dat ik David boven Pamela verkoos.

Ik ontkende mijn geaardheid omdat ik me niet kon vereenzelvigen met het beeld dat de media naar voor schoven.

Een paar jaar later op de middelbare school kreeg ik met de regelmaat van de klok ‘mietje’, ‘jeanette’ en ‘homo’ naar mijn hoofd geslingerd omdat ik als mollige tiener een makkelijk doelwit was, omdat ik vaak ‘bij de meisjes stond’ of omdat ik de Spice Girls leuk vond om hun muziek en niet om de grote borsten van Ginger Spice. Ondertussen wist ik wat ‘homo zijn’ betekende maar ik voelde me helemaal geen homo omdat ik geen voorbeeld had aan wie ik me kon spiegelen.

Op televisie kwamen in prime time enkel flamboyante typetjes zoals Jimmy B (Chris Van Den Durpel), Julien van Frituur Terminus (Gaston Berghmans) en Madame de Coeur Brisé (David Davidse) aan bod. In Jambers’ rariteitenkabinet zat er ook af en toe iemand die de herenliefde genegen was, maar die had dan weer een of andere fetisj. Ik ontkende mijn geaardheid omdat ik me niet kon vereenzelvigen met het beeld dat de media naar voor schoven.

BIRDS OF A FEATHER FLOCK TOGETHER

Zo ergens tussen mijn zeventiende en achttiende levensjaar verslond ik met veel interesse (en rode oortjes) ‘Kartonnen dozen’ van Tom Lanoye. Eindelijk iets waarin ik mezelf herkende; een jongen van dertien in een dozijn die verliefd was op zijn beste vriend. Niet veel later deed het internet haar intrede in mijn ouderlijke woonst. Toen ik op een muziekforum in contact kwam met gelijkgestemde zielen, vielen alle puzzelstukken op hun plaats. Doordat ik in mijn tienerjaren gepest werd met mijn ontluikende geaardheid en ik geen aansluiting vond bij de flamboyantere versies op televisie, heeft het mij enkele jaren gekost om tolerant te zijn ten opzichte van mijn eigen ‘soort’. Ik ergerde me blauw aan de opzichte LGBT’s met pluimen in hun gat of kettingen aan hun tepels die in beeld kwamen als het journaal de Pride versloeg. Ik rolde met mijn ogen als ik op een holebi-fuif iemand met de manieren van Beyoncé zag rondlopen…

Nadat ik voor mezelf aanvaard had dat ik homo was, moest ik een tweede aanvaardingsproces doorlopen: aanvaarden dat er in de LGBT-volière vogels van allerlei pluimage zitten. Van paradijsvogels tot bonte kaketoes en kwieke kolibries maar evenzeer bosduiven, huismussen en pimpelmeesjes (that’s me). Tolerantie en aanvaarding moet zowel van buitenaf als van binnen de LGBT-gemeenschap komen.

Stijn_orlando
Illustratie: Zwoltopia

PRIDE AND PREJUDICE

Ondertussen ben ik ouder en wijzer (vooral ouder) geworden. Ik realiseer me welk nut de prides gehad hebben. De film Pride, die ik twee jaar geleden op het filmfestival van Gent zag, was in dat opzicht een echte eyeopener voor mij. Na het zien van die film twijfelde ik niet langer meer aan de waarde van de jaarlijkse parade van uitbundigheid. Een kwarteeuw geleden legden zij de basis voor de rechten die de LGBT-gemeenschap vandaag heeft. In 2003 was België het tweede land ter wereld, na Nederland, dat het homohuwelijk goedkeurde. In 2006 werd vervolgens ook adoptie opengesteld voor koppels van hetzelfde geslacht. Toch zijn we er nog lang niet. In meer dan 75 landen is homoseksualiteit nog bij wet verboden. De straffen variëren van discriminatie tot gevangenschap en in sommige landen bekoop je je geaardheid zelfs met je leven. Dat is nog steeds een trieste realiteit.

Doordat de LGBT-gemeenschap meer rechten kreeg, groeide hun aanwezigheid ook in het straatbeeld en in de media. Dokter An in Thuis, David uit Six Feet Under, Cameron en Mitchell in Modern Family, de tijd dat enkel stereotiepe LGBT-personages in soaps voorkwamen, is voorbij. Oude rotten als Luc Appermont en Bart Kaëll besloten om hun clandestien bestaan als koppel achter zich te laten. Jongere BV’s zoals Sam De Bruyn en Karolien Debecker maakten zelfs geen issue meer van hun geaardheid.

WHAT LIES BENEATH                                       

Er is dus al een lange weg afgelegd en dat valt alleen maar toe te juichen. Maar drama’s zoals in Orlando tonen aan dat rechten alleen niet volstaan. We krijgen wel meer rechten, maar het wordt alsmaar moeilijker. Het is een gevoel dat gebaseerd is op wat ik dagelijks zie rondom me.

Holebi’s worden lang nog niet overal aanvaard, ze worden eerder gedoogd. Iedereen weet dat ze bestaan maar hoeft niet per sé met de neus op de feiten gedrukt worden.

Vorige maand was er in Nederland ophef over een tekenfilm van Jehova waarin homo’s niet welkom zijn in het paradijs. Regelmatig verschijnen er berichten in de krant overgaybashings. Subtiele discriminatie op de werkvloer omdat de baas een oerconservatieve CD&V’er is. De campagne van kersvers Mister Gay Belgium 2016 Raf Van Puymbroeck draaide rond de aanvaarding van holebi’s in de sportwereld. Artikels in de krant over ouders die liever niet hebben dat de leerkracht van hun kind zich out voor de klas. Tv-makers die polsen bij creative agencies of ze geen heteroman kennen voor hun nieuw interieurprogramma omdat ze het stereotiep beeld van de homo die bezig is met design willen doorbreken. Of wat te denken van de reacties die de Limburgse vlogger Ergin Arslanbas kreeg toen hij voorbijgangers vroeg wat ze zouden doen als hun kind homo was?

Som al die zaken op en je merkt dat holebi’s lang nog niet overal aanvaard maar eerder gedoogd worden. Twintig jaar geleden gebeurde alles clandestien en bestond het zogezegd niet. Nu is de LGBT-gemeenschap duidelijk aanwezig in de samenleving. Iedereen weet dat ze bestaan maar hoeft niet per sé met de neus op de feiten gedrukt worden. ‘Don’t ask, don’t tell’ mag dan afgeschaft zijn in het Amerikaanse leger, het krijgt een tweede leven in onze huidige samenleving.