Stijnzijn

Menu
Column
Onderweg
Tekst: Stijn Depoorter | Foto: Markus Spiske (Pexels)

Een mierenkolonie telt al gauw twee miljoen mieren. Samen kunnen ze binnen 24 uur een boom ontbladeren. Een niet aflatende stroom van wemelende beestjes. Ogenschijnlijk chaotisch maar in feite beter op elkaar afgestemd dan menig verkeerscirculatieplan. Neem de structuur weg en het is een accurate weerspiegeling van Seppes gedachtegang: een krioelende, ordeloze brij van opkomende en wegebbende hersenkronkels.

Hoe ga ik de deadline morgen halen met al die we-vinden-het-leuk-om-betaald-koffie-te-drinken-vergaderingen op het werk. Ik moet eraan denken om houten wattenstaafjes te kopen in plaats van de plastic variant, maar daarvoor moet ik bij die ene winkel op de Meir zijn. Zit er nog genoeg brood in het diepvriesvak?

Het is half vier ’s nachts en Seppe ligt al een uur te woelen in bed. Het is de derde nacht op rij dat zijn geestesarbeid hem uit zijn slaap houdt. ‘Had ik maar een aan/uitknop’, denkt hij, ‘dat zou het leven simpeler maken. Kon ik maar een muur bouwen die gedachten tegenhoudt. Een stofzuiger die de ruimte tussen mijn twee oren vacuüm zuigt.’

Muren bouwen is geen oplossing. Niet voor gedachten en niet voor mensen, want mensen slopen muren, ze graven er een tunnel onder of ze klimmen er overheen

“Maar muren bouwen is geen oplossing. Niet voor gedachten en niet voor mensen, want mensen slopen muren, ze graven er een tunnel onder of ze klimmen er overheen. En voor iemand die ’s nachts regelmatig angstig wakker schiet en het benauwd krijgt omdat hij denkt dat hij geen adem meer heeft, is de gedachte om vacuüm getrokken te worden niet bepaald geruststellend”, tobt Seppe.

Waarom durf ik de confrontatie niet aan te gaan met Tine? Hoe kan ik minder conflict vermijdend zijn? Waarom posten mijn familieleden volop foto’s van hun (klein)kinderen op Facebook maar stemmen ze wel op partijen die de toekomst van die lieve dotjes hypothekeren door haat en angst te zaaien? Was die ene jongen op café met me aan het flirten of beeldde ik me maar iets in?

Seppe is op. Kaalgevreten als de boom waar net een mierenkolonie gepasseerd is. Overdag loopt hij hoe langer hoe meer in zombiemodus. Zijn emoties worden afgevlakt. Het is te zeggen, hij weet niet meer hoe vreugde aanvoelt. Hoe ergens van te genieten. Ervaart hij toch een opstoot van joligheid, dan vreest hij wat komen zal: de weerbots, zijn gemoed dat pijlsnel naar beneden schiet als een torenvalk die een woelmuis gespot heeft in het korenveld.

In de duisternis komen de demonen tot leven. Seppe hoort ze al gieren onder de kinderkopjes waarop hij slentert

Hij wandelt naar het station. De drie glazen roséwijn op het afscheidsfeest van Misha brachten hem in een gelukzalige roes. Hij gaat haar missen. Terwijl hij langs het water wandelt merkt hij hoe mooi de lichtinval op dat ogenblik is. Hoe de ondergaande zon met het water flirt. Golden hour. De rimpels op het wateroppervlak verplaatsen zich naar zijn voorhoofd. De gretigheid waarmee hij daarnet nog smulde van het warme afscheid werd opgeslokt door een zwart gat. Een overweldigende mix van melancholie en uitzichtloosheid valt hem te beurt. Het tanende zonlicht maakt van de stad een desolate plek. Straks wordt het duister. In de duisternis komen de demonen tot leven. Seppe hoort ze al gieren onder de kinderkopjes waarop hij slentert.

Wanneer ga ik Thomas-we-moeten-nog-eens-afspreken opnieuw zien? Waarom trekken mensen geen lessen uit de geschiedenis? Ik had vandaag weer steken in mijn hoofd, zou ik een tumor hebben of ben ik weer mijn hypochondrische zelve? Ik moet toch dringend mijn ruiten lappen. Wat gaan de buren wel niet denken.

Normaal functioneren voelt voor Seppe aan als een steeds zwaardere opgave. Op het werk betrapt hij zich er alsmaar vaker op dat hij naar zijn scherm zit te staren. Op vrije dagen valt hij op het midden van de dag als een lappenpop op de bank. Energieloos als een afstandsbediening waarvan de batterijen dringend aan vervanging toe zijn. Bij vrienden heeft hij het moeilijker om aandachtig te luisteren naar wat ze zeggen. Hij droomt weg.

Als een kikker in een poel met langzaam opwarmend water die niet doorheeft dat hij levend gekookt wordt, vlucht hij in een imaginaire wereld die hem druppelsgewijs steeds minder in het nu doet leven

Waarom mis ik het karakter om vegetariër te worden? Ik hou van dieren maar ik kauw er ook graag op. Hoe groot is de kans dat er in de kerncentrale van Doel hetzelfde gebeurt als in Tsjernobyl? Hoe zou ik reageren mocht ik een telefoon krijgen met de boodschap dat de broer waarmee ik al jaren geen contact meer heb gestorven is?

De enige momenten waarop Seppe rust vindt, is als passagier in het leven van iemand anders. Als hij series binget op Netflix, als hij boeken verslindt, als hij het leven van een ander leidt en het personage zijn gedachten overneemt. Als een kikker in een poel met langzaam opwarmend water die niet doorheeft dat hij levend gekookt wordt, vlucht hij in een imaginaire wereld die hem druppelsgewijs steeds minder in het nu doet leven.

Moet ik me schuldig voelen omdat ik op dit moment aan het lezen ben en niet van het uitzicht geniet? Is het egoïstisch van mij dat ik vanop de passagiersstoel met mijn neus in een boek zit en geen gesprek aanga met mijn reisgezel? Is het niet vreemd dat ik rondtrek in een Europees land waar de muren volhangen met anti-Europese verkiezingsaffiches?

Summertime and the livin’ is easy. Op Sicilië zoeft een kleine Fiat 500 langs de kust. Tunnel in, tunnel uit. Berg op, berg af. De ene haarspeldbocht nemend na de andere. Op de passagiersstoel leest Seppe zijn vijfde boek op evenveel dagen. Pagina na pagina leest hij hoe anderen er al dan niet in slagen om hun leven op de rails te krijgen, om hun wonden uit het verleden te laten helen, om de pagina om te slaan.

Seppe is onderweg. Hij is passagier van zijn eigen bestaan

Letters vormen woorden, woorden vormen zinnen, zinnen vormen alinea’s. Seppe absorbeert ze. Hij is onderweg. Hij is in beweging maar zijn ogen worden zwaar, zijn geest komt tot rust. Het lijkt alsof de constante gedachtestroom het tempo van de wagen niet kan bijhouden en over het eiland achterblijft als broodkruimels op het pad. Zouden die achterblijvende hersenspinsels zich tussen de oren van nietsvermoedende Sicilianen nestelen en hen vannacht wakker houden?

Seppe is onderweg. Hij is passagier van zijn eigen bestaan. Hij is weg nog niet volslagen kwijt maar niet langer in staat om zelf achter het stuur te zitten. Hij kijkt op uit zijn boek en ziet de azuurblauwe zee glinsteren in de verte. Vissersboten dobberen alsof ze geen verantwoording aan de tijd moeten afleggen.

De kliffen langs de smalle rijweg zijn bezaaid met judasbomen, buxus, oleander, hibiscus, tijm, lavendel, rozemarijn en kamperfoelie. Seppe staart naar de afgrond. Ze lonkt. Wie zou er hem eerst vinden, reddingswerkers of een kolonie mieren? Dan slaat hij zijn blik naar beneden en begint verder te lezen.

Dit wil je vast ook lezen

Column
Stofzuiger Voor zijn negentigste verjaardag krijgt grootvader een stofzuiger cadeau van zijn kinderen. Hij is op een leeftijd gekomen dat de dingen simpelweg voor hem beslist…
Column
Ontheemd Lange tijd was de woonkamer bij mijn grootouders de enige plek waar ik echte verwantschap voelde. Waar nonkels en tantes, neven en nichten elkaar toevallig…