Stijnzijn

Menu
Column
De jongen met het ochtendhumeur
Tekst: Stijn Depoorter / Foto: Rasheed Kemy (Unsplash)

Op een grijze dinsdagmorgen sta ik op een overvolle bus. Het is werkelijk de druilerigste dinsdag van de druilerige dinsdagen doordat de nacht die maandag over liet vloeien in dinsdag een helse nacht was. Meer niet geslapen dan wel door gewoel, muizenissen en die drie glazen wijn die ik beter niet gedronken had op de maandagse after work.

De werkweek is nog maar begonnen en ik heb al nood aan een midweekse winterslaap om het volgende overvolle weekend te kunnen overbruggen. De agenda zit eivol met deadlines, verjaardagsdrinks en babyborrels. Het gebrek aan vrije momenten voor mezelf beneemt me de adem als ik er teveel over nadenk.

De trein had vertraging doordat de mechanische sliert die mensen van punt a naar punt b vervoert voor onbepaalde, maar te lange tijd halt moest houden voor een rood licht. Dat doen die toestellen weleens. Geen idee waar dat rood licht vandaan komt en waarom het menige pendelaar met vertragingen opzadelt nog voor en wel de dag begonnen is. Zo ook mij, van de 25 minuten speling die ik had om ‘op tijd op de opleiding’ te komen, schieten er nog vijf over.

Ik kijk doorheen een nevelgordijn naar een grijze wereld die langzamerhand steeds minder de mijne is

Terwijl ik naar de bushalte slenter, beneemt de miezerregen me langzaamaan het zicht door mijn bril te bespikkelen met petieterige regendruppels. Waardoor ik doorheen een nevelgordijn naar een grijze wereld kijk die langzamerhand steeds minder de mijne is.

Eenmaal op de bus blijf ik me focussen op de regendruppels die langzaam van het busraam druipen en met elkaar versmelten. Het is dat of het geurenpalet van natte hond, ochtendadem en wakke kleren bewust ondergaan. Ik kijk op de klok van het gele ontwaardingstoestel en merk dat ik nog tien minuten heb voordat de les begint.

En dan hou ik nog geen rekening met het feit dat ik de vorige keer verloren liep in het doolhof dat als schoolgebouw dienstdoet. Richtingsaanduidingen volgen is niet mijn forte. Richtingsaanduidingen geven nog minder. Bewijs daarvan zijn de blikken van de onfortuinlijke voorbijgangers die me te pas en te onpas om navigatieadvies vragen nadat ik hen het gevraagde advies bezorgd heb.

Halverwege de busrit houdt de bus halt aan het Woodrow Wilsonplein. De bus stroomt leeg. Half in gedachten verzonken en met mijn noise cancelling koptelefoon op registreer ik dat een handvol nieuwe reizigers opstapt. Ik dwaal terug af naar mijn zombiemodus tot ik me een poosje later begin af te vragen waarom de bus stil blijft staan.

Niemand heeft wisselgeld. Niemand doet zelfs nog maar de moeite om in hun portefeuille te checken of ze wisselgeld hebben

Vooraan in de bus staat een vrouw met Afrikaanse roots wat verloren om zich heen te kijken. Doordat ik die morgen in mopperkontmodus ben, erger ik me meteen aan het gedraal van de vrouw. Ik zet mijn muziek uit en verschuif mijn koptelefoon een beetje zodat ik het gesprek dat ze met de chauffeur voert kan afluisteren. Zo stiekem ben ik wel.

You have to buy a ticket outside at the automaat”, zegt de chauffeur in zijn beste Engels-met-de-Gentse-tongval. “I can’t give you back on that.” Ik merk dat de vrouw een briefje van 50 euro in haar handen heeft en niet begrijpt waarom de chauffeur haar geld niet wil aannemen.

Maybe one of the passengers can change it for you, otherwise you’ll have to leave the bus to buy a ticket in a shop.” Zichtbaar verlegen begint de vrouw zich doorheen de bus te waden en spreekt ze de passagiers bedeesd aan. Niemand heeft wisselgeld. Niemand doet zelfs nog maar de moeite om in zijn portefeuille te checken of hij wisselgeld heeft.

Een onbehaaglijk gevoel bekruipt me. Waarom doet niemand moeite? Komt het omdat de vrouw zwart is? Heeft de bange witte Vlaming schrik dat de vrouw zijn portefeuille uit zijn handen gaat grissen? Is dit opnieuw zo’n vorm van onderhuids racisme waarvan we zelfs niet bewust zijn dat het racisme is?

Ik schaam me ook een beetje voor mijn medepassagiers. Ze kijken niet naar haar, ze kijken dwars door haar

De vrouw druipt terug af naar de voorkant van de bus. Ondertussen zie ik dat de opleiding over twee minuten begint. Zelf ik heb geen cash op zak, de laatste munten gaf ik een uur geleden uit in de koffiebar. “De jeugd, die kent geen cash geld meer”, hoor ik mijn grootvader zeggen. Ik reken mezelf nog steeds bij ‘de jeugd’.

Het wringt dat ik de vrouw niet kan helpen, ik heb medelijden met haar. Ik schaam me ook een beetje voor mijn medepassagiers. Ze kijken niet naar haar, ze kijken dwars door haar. Ik merk dat de chauffeur haar duidelijk probeert te maken dat ze de bus moet verlaten zodat hij zijn rit kan verderzetten. Maar wat als het voor de vrouw net cruciaal is dat ze deze bus neemt omdat ze een doktersafspraak, een sollicitatie of een treinaansluiting heeft?

En dan plots, als mijn ongemakkelijkheid me er bijna toe dwingt om ook mijn blik af te wenden, krijg ik een inval. Ik kan toch gewoon een ticket met mijn smartphone voor de vrouw kopen? Daarvoor heb ik geen cash geld nodig. Hoe simpel kan het zijn.

Verward door zoveel vroomheid, maar vooral omdat ik niet durfde zeggen tegen de chauffeur dat er toch nog verschil is in teruggeven op 300 euro en 50 euro

Voor iemand van wie zijn smartphone bij manier van spreken aan zijn handpalm plakt, liet die geniale inval wel rijkelijk op zich wachten. Wellicht had de factor ‘openbaar vervoer’ hierop een invloed, of het gebrek aan slaap. Soit, ik loop naar voren en zeg tegen de chauffeur dat ik een sms-ticket voor de vrouw gekocht heb en toon hem de sms. Ik herhaal hetzelfde in het Engels tegen de vrouw. Haar ogen lichten op en krijg een resem ‘Blessings’ over me heen.

Ook de chauffeur blijkt een devoot man want “God zal het je lonen jongeman, je moet begrijpen dat ik hier geen 300 euro wisselgeld in mijn bus kan hebben.” Ik knik en loop wat verward terug naar mijn staanplaats. Verward door zoveel vroomheid, maar vooral omdat ik niet durfde zeggen tegen de chauffeur dat er toch nog verschil is in teruggeven op 300 euro en 50 euro. Choose your battles zeker.

Enkele haltes verder krijg ik nog een ‘Bless you, my child’ van de vrouw bij het verlaten van de bus. Ik ga sowieso te laat in het opleidingslokaal verschijnen, het gebrek aan slaap is duidelijk van mijn gezicht af te lezen, het miezert nog altijd en toch is deze druilerige dinsdag iets minder druilerig. Plots is de grijze wereld iets minder grijs, en dat door een sms-ticket van twee euro.