Stijnzijn

Menu
Interview
Het publiek mag zien dat ik het soms lastig heb
Tekst: Stijn Depoorter, Foto's: Katleen Gils

Laura van Dolron is stand-upfilosofe. Wie naar het theater komt om te lachen, zet Laura van Dolron aan het denken, en andersom. Als stand-upfilosofe combineert ze stand-upcomedy moeiteloos met filosofie. Op het podium lijkt ze zonder gêne, al is de schroom nooit ver weg. “Een absolute schaamteloosheid is het niet, want dan creëer je te veel afstand tussen jezelf en het publiek en ik wil net dichtbij mijn publiek staan.” 

Ze werd omschreven als een vrouwelijke Woody Allen die het verdient een net zo groot publiek te bereiken als de meester zelf. En terecht. Zo goed is Laura van Dolron. Wie haar nog niet kent, zou zich moeten schamen – en laat het gesprek daar nu net over gaan.

Laura, wanneer was de laatste keer dat je je schaamde?

“Ik zag net dat ik een vlek op mijn trui heb, mijn mascara ligt nog in de kleedkamer en de fotografe moet er nu speciaal voor teruglopen. Ik was liever helemaal put together en gefixt op dit interview verschenen zoals een Madonna en Jennifer Lopez dat altijd doen, maar zo ben ik niet. Hoewel het mijn handelsmerk is, is de chaos die vandaag rond me hangt wel een reden om me wat te schamen.”

Hoe ongegeneerd moet je zijn om op te treden voor een publiek?

“Gisteren stond ik op het podium tijdens mijn voorstelling ‘Wat nu nodig is’, die gaat over in het nu zijn: even op pauze drukken en niet zo hard werken. Ik stond er als een gespannen veer omdat ik al de ganse dag drukdrukdruk was. Dan heb ik het gevoel dat ik het allemaal niet waarmaak en dat iedereen dat ziet. Dat blijkt achteraf niet zo, gelukkig. Een podium is een plek waar schaamte enorm aanwezig is. Tijdens elke voorstelling zijn er twee à drie schaammomenten: een verspreking, een persoon die op de eerste rij zit te slapen, als ik de dag ervoor een grapje heb gemaakt dat heel goed werkt en de dag erna maak ik het opnieuw en het werkt niet meer…”

“Ik geloof wel dat je over grenzen moet durven gaan en dat je een spreekbuis moet zijn voor dingen die mensen niet durven te zeggen. Het is geen absolute schaamteloosheid, want dan creëer je te veel afstand tussen jezelf en het publiek en ik wil net dichtbij mijn publiek staan. Ik laat mijn schaamte niet in de coulissen, het publiek mag aan mij zien dat ik me soms schaam en dat ik het soms lastig heb of dat ik iets eng vind om te zeggen. Als ik dat laat zien, dan daag ik hen uit om hetzelfde te doen.”

Foto: Katleen Gils

Heb je al spijt gehad dat je te veel hebt laten zien op het podium?

“Ik heb ooit een relatiecrisis in een stuk verwerkt, terwijl ik de crisis zelf nog niet verwerkt had. Ik voelde me toen erg gekwetst, was tegelijk echt razend en dacht: serves you right. Achteraf bekeken had ik dat beter niet gedaan.”

“Vroeger kon ik alles vertellen maar nu ik een man en kind heb, is dat veranderd. Er is een soort van voorkamertje waar ik wel nog over praat maar in die kamer zit een deur en daar ga ik in voorstellingen niet meer door. De achterkamer blijft op slot.”

Je vriend is tien jaar jonger. Krijg je daar soms preutse reacties op?

“Laatst vroeg hij geschokt: ‘Heb jij ‘Pulp Fiction’ in de bioscoop gezien?’ Alsof ik de Beatlemania nog heb meegemaakt! Op dat moment word je met je neus op dat leeftijdsverschil gedrukt. Verder hebben we er geen last van, we zitten minder in elkaars vaarwater en zijn daardoor nieuwsgieriger naar elkaar. Ik heb best al wat bereikt en ben rustiger, terwijl hij nog volop op veroveringstocht is. Ik heb me nooit geschaamd en onze omgeving respecteert ons zeker als koppel. Iedereen vindt het wel iets sexy hebben. ‘Goed gedaan, Laura!’, zeiden mijn vriendinnen. Bijna alle succesvolle vrouwen hebben vandaag de dag een jongere man, het is een trend (lacht).”

“Als ik foto’s van ons samen zie, schaam ik me soms wel. Ik heb meer rimpels. Nu ja, als hij niet op de foto had gestaan, waren mijn rimpels me waarschijnlijk evengoed opgevallen. Alleen voor mijn dochter vind ik het jammer dat ze mij niet als 25-jarige heeft meegemaakt. Ik was liever een soort prinses geweest voor haar, terwijl ik nu eerder een koningin ben. Bij haar is alles zo gaaf en fris, dat huidje… Dat is iets tussen moeder en dochter.”

Vroeger kon ik alles vertellen maar nu ik een man en kind heb, is dat veranderd

Wat doet het moederschap met je schaamtegevoel?

“Mijn moeder heeft eergisteren op mijn dochter gepast en ’s avonds kreeg ik een mail van haar met een aantal anekdotes van die dag. Zo had mijn dochter een soepstengel gegeten en daarna haar pop ook een hapje gegeven. Toen ik dat las, schaamde ik me omdat ik de aandacht en opmerkzaamheid die mijn moeder voor mijn dochter heeft niet altijd kan opbrengen. Ik vond dat ik als moeder was tekortgeschoten en de pijn die daarmee gepaard ging, sneed diep. Een soort van schaamte die ik voor het moederschap niet kende.”

“Ik worstel met de perfecte work-life balans. Wil ik dat mijn dochter een moeder heeft die ambitieus is? Ja! Wil ik dat mijn dochter een moeder heeft die blij is met wat ze doet? Ja! Wil ik dat mijn dochter een moeder heeft die de hele dag zit te bellen voor haar werk? Neen. Die afweging creëert een grijze zone waarin je het eigenlijk nooit helemaal goed kan doen. Mijn man heeft een 9-to-5-job en bij hem speelt dat minder, terwijl mijn baan veel chaotischer is. De liefde voor zo’n kind is zo enorm groot dat ik soms het gevoel heb dat ik alleen maar kan tekortschieten en dat mijn dochter me dat op een dag ook zal zeggen. Ik ben me al aan het voorbereiden op dat moment.”

“Weet je, in mijn werk voel ik altijd ruimte om dingen te zeggen die ik in het echt eigenlijk niet durf te zeggen. Ik vind het niet eng om dit in een interview te zeggen, terwijl ik het veel moeilijker zou hebben mocht er nu een vriendin voor me zitten. Ik schaam me zelfs nog een beetje voor mijn schaamte. Een vicieuze cirkel van schaamte, zeg maar.”`

Als er bij ons thuis al een taboe was, dan was het een taboe op zelfkritiek

In ‘Liefhebben’ schrijf je dat je moeite hebt om naastenliefde te ontvangen, omdat ze niet verdiend hoeft te worden. Hoe zit dat met succes? Heb je je daar ooit voor gegeneerd?

“Nee, succes is heerlijk. Als je een vijfsterrenrecensie hebt, denk je even dat je briljant bent en dan wil je dat tegen iedereen zeggen. Maar eenmaal je het tegen die vijftien mensen gezegd hebt tegen wie je het kan zeggen, is dat gevoel alweer voorbij. Door die recensie merk je een jaar later wel dat je meer kansen en aanbiedingen gekregen hebt.”

De Franse filosoof Jean-Paul Sartre gaf het voorbeeld van een man die door een sleutelgat gluurt, betrapt wordt en zich daarvoor schaamt. Die schaamte heeft niet alleen betrekking op zijn geniepige gedrag, maar vooral op de ontdekking dat hij vanaf dat moment geen vat meer heeft op de wijze waarop de ander hem ziet.

“Ik snap die uitspraak zeer goed. Betrapt worden is nooit leuk. Je geweten werkt pas als iemand anders het ontdekt. Ik was een tijd terug in een winkel met mijn baby en ik heb er een stuk chocolade gestolen, iets wat ik vroeger af en toe wel eens deed. Een poos later kom ik terug in die winkel en als ik aan de kassa sta vraagt de winkelbediende me poeslief of ik het stuk chocolade van de vorige keer ook wil afrekenen. Op dat moment was alles wat ik ooit dacht te zijn plots weg. Een afschuwelijk gevoel. En toen moest ik aan dat sleutelgat denken. Ik wist al die tijd al dat ik een dief was maar ik voelde het nu pas omdat ik betrapt was. Sindsdien heb ik niet meer gestolen en ben ik ook van plan om het nooit meer te doen.”

Veel mensen schamen zich over iets uit het verleden, is dat tijdverlies?

“Schaamte is een station waar je best even doorheen mag rijden maar je mag er niet blijven stilstaan want dat is zonde. Het is een indicatie dat je iets van jezelf verwachtte maar er niet aan voldaan hebt. Als je onderzoekt waar die schaamte vandaan komt, dan kun je er wel iets van opsteken zodat je dezelfde fout niet opnieuw maakt.”

Hoe ver gaan jouw beschamende momenten terug in de tijd?

“Ik was een jaar of zes, zeven en had oogpotlood opgedaan maar natuurlijk veel te veel. Toen kwam ik de kamer binnen en zei mijn moeder: ‘Je bent net Charlie Chaplin’, en dat kwetste me erg.”

“Mijn ouders waren heel progressief. Het waren mensen van wie je dacht: oh, ik moet drugs gebruiken om net zo cool te zijn als zij. Ik hoefde me nergens voor te schamen. Als er bij ons al een taboe was, dan was het een taboe op zelfkritiek. Mijn moeder is geneigd om me als een leeuwin te verdedigen, ook als ik mezelf aanval. Ze predikt zelfliefde en zegt vaak dat ik niet zo hard voor mezelf mag zijn. Ik kon en kan dus moeilijk mijn twijfels met haar delen. Terwijl ik vind dat een bepaalde mate van zelfreflectie en zelfonderzoek nodig zijn. Soms moet je even heel lelijk over jezelf praten om daarna dan te zeggen: maar eigenlijk is het best oké. Maar soms was haar directheid weer net wat ik nodig had.”

Foto: Katleen Gils

Hoe bedoel je?

“Als twintiger heb ik een tijd boulimie gehad. Het was een periode waarin ik me verschrikkelijk voelde en niet goed voor mezelf zorgde. De enige manier om me minder slecht te voelen, was om het probleem te verleggen. Ik had abstract verdriet en dat maakte ik concreet door heel veel te eten en het daarna weer uit te kotsen. Ik kon dat beheersen en dan leek het alsof ik mijn verdriet ook kon beheersen. Maar nadien voelde ik me natuurlijk nog slechter. Het duurde heel lang voor ik er eindelijk met mijn moeder over durfde te praten. Ik had gedacht dat ze zou zeggen hoe zielig ze het voor me vond. Maar ze was genadeloos en zei dat ze het decadent vond dat ik mijn eten uitkotste terwijl er mensen zijn die niets te eten hadden. Door haar reactie ben ik in één keer uit mijn eigen dramatiek gestapt en ben ik ermee gestopt.”

 Over de voorstelling ‘Liefhebben’ heb je nu een boek geschreven, waarin je ook vertelt over het ongeboren kind dat je hebt verloren. ‘Met oud en nieuw wilden mijn geliefde en ik na twaalf uur even naar het grafje van ons kindje. / We vonden de knallen zo hard, we waren bang dat het kindje zou schrikken, dat het alleen zou zijn zonder ons. / Toen we daar aankwamen, bleek dat mijn moeder dennentakken over het grafje had gelegd. Om het geluid wat te dempen, dat is liefde.’

“Er was heel veel vraag naar een boek, van mensen die de voorstelling hadden gezien, en hoewel mensen denken dat ‘Liefhebben’ superpersoonlijk is, zitten er vooral heel veel odes aan andere mensen in die iets doen waar ik bewondering voor heb. Ik ben een doorgeefluik van heldendaden van anderen. De mensen die voorkomen in de tekst vind ik sterk genoeg om zonder mij te kunnen bestaan. Dat mijn moeder die dennentakken neergelegd heeft, is ook mooi als het niet uit mijn mond komt.”

 ‘Ik zie mezelf als reclame voor kwetsbaarheid’, zei je laatst in een interview. Wat is er zo goed aan kwetsbaarheid?

“Als je je kwetsbaar opstelt, dan merk je dat het veel minder eng is dan je van tevoren dacht. Ik zou mensen aanraden het een keer te proberen. Schrijf op voorhand op hoe eng je denkt dat het is en check achteraf dat gevoel. En trek daar een conclusie uit. Van mensen die zich kwetsbaar opstellen, denk je altijd: wat stoer dat die dat durft. Kwetsbaarheid is een kracht. Kwetsbaar zijn is de weg naar intimiteit. Je kan niet intiem zijn als je niet kwetsbaar bent.”

Laura van Dolron (1976) studeerde regie aan de Maastrichtse Toneelacademie maar staat zelf ook op de planken. Ze noemt zichzelf stand-upfilosofe. Haar voorstelling ‘Liefhebben’ kreeg dit jaar een tweede leven als boek, uitgegeven bij ISVW, en momenteel toert ze met ‘Wat nu nodig is’. Haar volgende voorstelling heet ‘Wij’. Meer informatie: www.lauravandolron.com.