Stijnzijn

Menu
Opinie
Zelfs een kameleon moet ooit kleur bekennen
Tekst: Stijn Depoorter, Illustratie: Zwoltopia

Tijdens carnaval verschuilen heel wat feestgangers zich achter maskers, maar dat doen we in het dagelijkse leven ook, alleen valt het daar minder op. Net als een kameleon die zijn kleur aan de achtergrond aanpast om zijn kwetsbaarheid te verhullen, zetten we vaak een masker op om onze broosheid of onze ware gevoelens te verdoezelen. Dat masker verschilt naargelang de rol die we uitoefenen: ouder, vriend, buur, collega, Twitteraar…

Zeker op het werk zijn sommige collega’s een krak in het opzetten van maskers: ze zijn een totaal ander mens op de werkvloer dan thuis. Ik ben een veel te open boek om dat vol te houden. Natuurlijk gedraag ik me professioneel op kantoor. Maar ik ben wie ik ben en doe me niet anders voor. Als ik een minder dag heb, dan lezen mensen die mij een beetje kennen de droefenis van mijn gezicht af. Mijn ogen liegen niet. En sinds mijn collega’s mijn blog ontdekt hebben, is dat nog minder het geval.

Die eerlijkheid wordt me niet altijd in dank afgenomen. Zo had ik vorig jaar nood aan een time-out, door een samenloop van omstandigheden ging het even niet meer. Om te vermijden dat ik er terug voor lange tijd door zou zitten, schreef de dokter me even wat rust voor. Als werknemer ben je niet verplicht om je werkgever details over je afwezigheid (op doktersvoorschrift) te verschaffen. Nu ga ik daar niet om liegen. Ik vertelde dat de reden van mijn afwezigheid psychisch was. “Ah, het is dus niet ernstig.”, was de eerste reactie die ik kreeg.

Jezelf op de eerste plaats zetten, aan zelfbescherming doen, roept niet bepaald bij alle collega’s veel sympathie op.

Niet naar het werk komen omdat je met 39° koorts in bed ligt of de dag moeten doorbrengen op het toilet omdat je darmflora amok maakt, dat kan nog. Maar thuiszitten omdat je een mentale dip hebt, dat niet want dat is niet zichtbaar of controleerbaar… “Klopt het wel wat hij zegt? Maakt hij ons geen blaasjes wijs? Is hij een dikke, vette profiteur want hij kan niet komen werken maar op Facebook zien we wel dat hij leuke dingen doet?”

Weten zij veel dat je die ‘leuke dingen’ enkel doet omdat je arts erop heeft aangedrongen. Dat het beduidend veel moeite gekost heeft om er hoegenaamd aan te beginnen. Dat je tijdens die ‘leuke dingen’ eigenlijk veel liever ergens in een hoekje zou verschuilen. Jezelf op de eerste plaats zetten, aan zelfbescherming doen, roept niet bepaald bij alle collega’s veel sympathie op. De meeste worstelen er nog mee.

Dezelfde teneur merkte ik bij een collega die na een burn-out het werk hervatte. Van hem werd verwacht dat hij vanaf dag één terug volledig kon meedraaien en als dat te zwaar bleek te zijn ‘had hij maar langer thuis moeten blijven’ of ‘moet hij maar op zoek gaan naar een andere job’. Iemand die na een strijd tegen kanker weer aan de slag ging, kon op heel wat meer begrip rekenen. Dat die collega na een aantal weken nog steeds niet op volle kracht meedraaide, dat vond iedereen meer dan logisch. De collega werd zelfs aangemaand om zich rustig te houden en het werk stap voor stap terug op te bouwen.

masker_1500px
Illustratie: Zwoltopia

Nu wil ik de discussie niet openen welke situatie er ernstiger is, dat is mijn punt hier helemaal niet. Beide situaties zijn vreselijk ingrijpend voor de betrokken collega’s en hun omgeving. Laat dat duidelijk wezen. Ik vel geen oordeel over de ziekte, ik vel een oordeel over de reacties op de werkhervatting.

Er zijn altijd personen die er de kantjes vanaf rijden en mensen veralgemenen nu eenmaal graag. Alle politici zijn poenpakkers, alle werklozen zijn luieriken en als je niet in staat bent om te werken om psychische redenen, krijg je vaak de stempel van profiteur. Maar dat is zelden het geval.

Een vergelijking: stel je komt ten val op de skipiste. Sommige mensen komen er met een paar blauwe plekken en de schrik van af, terwijl anderen botten breken en weken, soms maandenlang moeten herstellen. Enerzijds spelen de omgevingsfactoren een rol: de hardheid van de sneeuw, de snelheid waarmee je tegen de grond kwakte, de hoek waarin je ledematen door de haperende skilatten gewrongen wordt, of je al dan niet te lang in de après-skibar bleef hangen… Anderzijds is ook het DNA van die persoon in kwestie van belang. Sommige mensen hebben nu eenmaal sterke botten, andere broze.

Dit geldt ook voor de andere vormen van lichamelijke en mentale weerbaarheid. Terwijl de ene persoon geen last heeft van de vervuilde stadslucht, hoest de andere erop los. Terwijl de ene een bepaalde tegenslag goed verwerkt, worstelt de andere ermee. Terwijl de ene dat nare gevoel goed verstopt achter een masker, zie je aan de ander dat hij het moeilijk heeft.

Wat als op een dag alle maskers zouden afvallen en we wat vaker onze kwetsbaarheid zouden tonen? Zouden we dan minder streng voor elkaar zijn?

Wie is er dan het eerlijkst? Diegene die zich niet beter voordoet dan hij is, of diegene die de schone schijn ophoudt? Zouden we niet beter voor onze eigen deur vegen en begrip hebben voor ieders individuele aanpak? Horen we eerlijke mensen te beboeten? Kan je wat verliezen door uit te gaan van het goede van de mens? Of geven we die mensen gewoon het gevoel dat ze ons aan het bedonderen zijn omdat ze voor zichzelf zorgen? Omdat ze je geen rad voor ogen draaien?

Als ik om me heen kijk, denk ik dat ik op heel wat maskers kijk. De cijfers liegen er niet om: de wachtlijsten in de psychiatrie, de verkoopcijfers van antidepressiva, de ziekteverzuimcijfers met een psychologische oorzaak. Wat als op een dag alle maskers zouden afvallen en we wat vaker onze kwetsbaarheid zouden tonen? Zouden we dan minder streng voor elkaar zijn? Want zelfs een kameleon moet ooit kleur bekennen, hoe hard hij ook probeert om zich aan zijn omgeving aan te passen.