Stijnzijn

Menu
Column
Op het juiste spoor
Tekst: Stijn Depoorter, Illustratie: Valérie Van Den Eynden

Het ouderlijke huis op het platteland heb ik al een decennium geleden verlaten. Omdat ik geen auto bezit, probeer ik minstens eenmaal per maand naar mijn heimat te sporen. Elf jaar en vijf verhuizen later is die treinrit alsmaar langer geworden. Ondertussen bedraagt de heen- en terugrit al een dikke vijf uur.

Terwijl ik tijdens de heenreis meestal verdiept ben in een boek, lukt het me tijdens de terugrit dikwijls niet om me te verliezen in de gedrukte letters op papier. Tijdens die terugrit word ik steevast overvallen door treurnis. Een droefheid over wat er niet meer is. Over het stuk van mezelf dat ik weer voor een aantal keren achterlaat. Over het afscheid van je naasten die je vroeger dagelijks zag. Over het schuldgevoel dat je daardoor hebt. Een zweem van melancholie over vervlogen tijden. Een niet aflatende stroom aan herinneringen. Goede en slechte.

Los van de persoonlijke bagage die er rondzweeft, grijpt het contrast tussen de levendigheid in de stad en de doodse kalmte van het platteland me ook naar de keel. Zeker in de herfst en winter is de aanblik van de lege akkers, de kale knotwilgen en de bruinige plassen op de velden ook mistroostig. Alsof de dikke kleigrond alle levenslust onder de aarde indamt.

De voorbije maanden werd de treinrit er niet vrolijker op. In een jaar tijd verloor ik mijn twee oma’s en mijn stiefvader. Terwijl ik dat verlies tijdens de werkweek en het overvolle weekend van druk, drukker, drukst geen plaats kan geven wegens tijdsgebrek, is er in de trein geen ontsnappen aan.

Het dagelijkse gehol van hot naar her, de combinatie van een uitdagende nieuwe baan, een sociaal leven, de was en de plas zorgt voor levensvreugde waardoor ik op bepaalde momenten het verlies zelfs vergeet. Heel even maar.

Maar niet voor lang want verdriet is als een sluipschutter die onzichtbaar op de loer ligt. Het heeft je in zijn vizier zonder dat je het beseft en als het afvuurt is het altijd raak. Onverwachts en recht in het hart.

Verdriet is als een sluipschutter die onzichtbaar op de loer ligt. Het heeft je in zijn vizier zonder dat je het beseft en als het afvuurt is het altijd raak.

Op het thuisfront word ik letterlijk met de neus op de feiten gedrukt. Daar is er geen ontsnappen meer aan. De stoelen waar vroeger mensen op zaten, blijven leeg. De leegte die in de kamer hangt, omklemt mijn lijf.

Het is een gevoel dat ik maandelijks enkele uren ervaar, ik vraag me af hoe mijn mama en opa ermee omgaan. Zij worden dag in dag uit letterlijk met die leegte geconfronteerd. Er is geen ontsnappen aan. Helen hun wonden daardoor sneller? Of is het tijd die de wonden heelt?

We doorlopen elk op ons eigen tempo de vijf fases van rouw:  ontkenning, woede, verdringing, droefheid en aanvaarding. Hoe we dat doen, het eigenlijke rouwproces, dat verschilt van persoon tot persoon. Terwijl opa honderduit praat en herinneringen ophaalt aan oma, draagt mama het verlies van haar echtgenoot in stilte. Elke manier is de juiste als het voor jou maar goed aanvoelt.

Ik zie mijn rouwproces als een treinrit. Elke fase heeft haar eigen halte en ik bepaal zelf hoe lang de treinrit naar het volgende station duurt. Ik weet nog niet wanneer ik in het eindstation zal aankomen. De kans op een vertraging is reëel, maar mijn bestemming, die bereik ik. Ik zit op het juiste spoor.