Stijnzijn

Menu
Getuigenis
Brief van een introvert
Tekst: Stijn Depoorter, Foto: Sarah Van Looy, Illustratie: Zwoltopia

Hey Emilie, mijn immer goedlachse flapuit. Altijd welbespraakt en rad van tong. Wanneer ik als een vis op het droge lig te spartelen weet jij je vinnig door de massa een weg te banen, net als een school synchroon zwemmende makrelen. Wat bewonder, ja zelfs benijd, ik je daarvoor. Soms wou ik dat ik jou was, dan was het leven net iets simpeler. Mijn introvertie speelt me vaak parten omdat mensen het niet begrijpen en verkeerd interpreteren.

Vorige week, na een feestje op je appartement, hadden we het er nog over, hoe stil ik was geweest. Te stil. Ik gaf je vrienden de indruk dat ik er tegen mijn zin zat, dat ik ongeïnteresseerd was. Hoewel al hun veronderstellingen niet kloppen, begrijp ik ze. Het is waar dat ik niet de grootste babbelaar ben, ik kan geen kwartier over een bewegende grasspriet in de tuin praten. Ik beperk me tot de noodzakelijke info, ook al omdat ik niet graag in het middelpunt van de belangstelling sta. In een groep verplaats ik me liever naar de achtergrond en geef ik de veelpraters een forum terwijl ik hen observeer als een natuurfotograaf van National Geographic Channel die een kudde gnoes aan een waterpoel in de Afrikaanse savanne bestudeert.

Ik luister ook graag naar gesprekken, dat vind ik plezant en boeiend, zelfs al neem ik er niet actief aan deel. Verder is het niet zo dat ik geen mening heb, maar ik zie de wereld niet in zwart-wit. Mijn standpunt is vaak ­genuanceerd en niet in twee slagzinnen samen te vatten, wat bij smalltalk vaak de bedoeling is. Ik ben eerder het reflecterende type dat tijd nodig heeft om informatie te absorberen en te verwerken. Ik moet eerst mijn visie vormen en die in mijn hoofd structuur geven voordat ik die kan delen en tegen dat dit gebeurd is, heeft de groep meestal al een ander thema aangesneden en eindig ik tussen wal en schip.

Stijn_observatie_2000px

Zelfs al denk ik dat ik iets zinnigs kan bijdragen aan het gesprek, dan nog moet ik zien in te haken en dat is niet zo simpel: ik snoer mensen niet graag de mond. ­Geblinddoekt de Antwerpse ring oversteken tijdens een drukke avondspits lijkt me dan nog eenvoudiger.

Als ik plots alleen kom te staan op een feestje, wordt alarmfase 1 van het rampenplan in mijn hoofd afgekondigd.

Als ik aan mensen word voorgesteld, kan ik er zeker een praatje mee slaan, ik denk niet dat ik asociaal ben en vermoed dat jij dat wel zult bevestigen. Na een tijd dooft dat kennismakingsgesprek gewoon uit en daar loopt het meestal fout. Je kent vast het cinematografisch beeld van een hert dat midden op de weg stokstijf blijft staan en wezenloos in de koplampen van een aanstormende truck staart? Wel, ik ben dat hert. Ik krijg een kortstondige kortsluiting in mijn hersenen waardoor ik mijn denk- en spraakvermogen verlies en ik even geen zinnig woord meer kan uitbrengen terwijl jij, Emilie, het steevast voor elkaar speelt om precies te weten wat je op dat moment moet zeggen.

Ook als ik plots alleen kom te staan op een feestje, weet ik met mezelf geen blijf. Alarmfase 1 van het provinciaal rampenplan wordt in mijn hoofd afgekondigd. Ofwel sta ik er alleen wat te dralen en praat ik wat tegen mezelf terwijl ik op mijn smartphone tokkel, ofwel vlucht ik naar het toilet, terwijl ik eigenlijk niet moet. Belachelijk, dat besef ik. Natuurlijk zou ik in die situatie liever op iemand afstappen en er een praatje mee slaan maar mijn terughoudendheid en de stemmen in mijn hoofd maken me onzeker. Ik vermoed dat jij ook soms ­onzekere momenten hebt op feestjes maar dat je ze veel beter kunt verbergen.

Binnen de vertrouwde muren van mijn huis, of ’s avonds op een verlaten straat heb ik er geen enkele moeite mee om gek te doen.

Ik moet opbiechten dat ik jaloers ben op jouw soort. Het klinkt oneerbiedig maar dat is het niet. Jullie extraverten hebben altijd een pasklaar antwoord klaar op ­onverhoedse vragen. Jullie zijn zo ad rem dat jullie binnen een fractie van een seconde een gevatte reactie weten te formuleren op wat dan ook. Stikjaloers ben ik, en daar ben ik niet fier op want ik weet dat je zoiets niet hardop hoort te zeggen. Ik jaag mijn karmapunten hier danig de dieperik in, Emilie.

Bovendien wou ik dat ik me op de dansvloer kon smijten zoals jij. In gedachten sta ik even hevig te shaken op de zwoele R&B-beats maar mijn uitstraling is eerder die van een misnoegde party pooper. Ik mis jouw spontaniteit, want weet je, diep vanbinnen schuilt er een groot showbeest in mij. Binnen de vertrouwde muren van mijn huis, of ’s avonds op een verlaten straat heb ik er geen enkele moeite mee om gek te doen omdat ik de druk van anderen dan niet voel. Natuurlijk kan er dan iemand net uit het raam kijken, of kan de overbuurvrouw bij mij binnen staren – want ik sluit de gordijnen nooit. Zolang ik me niet bewust ben van de aanwezigheid van anderen, is er geen vuiltje aan de lucht.

En zo zou ik nog een poos kunnen doorgaan maar we hebben onszelf niet gemaakt. Ik heb hier een aantal keer geschreven dat ik wou dat ik anders was, maar dan zou ik mezelf niet langer zijn en dat wil ik ook niet. Ik heb je in deze brief een blik achter de schermen gegund en geloof me, het was niet altijd even makkelijk om er zo open over te schrijven. Ik hoop dat je me hierdoor beter begrijpt, Emilie. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, zei mijn oma altijd en ik vind dat een nog steeds wijze uitspraak.

Je tegenpool, S x

De reactie van de extraverte Emilie kun je op Blendle lezen of in het derde Charlie Bookzine.