Stijnzijn

Menu
Longread
Hoeveel vrienden kun je hebben?
Tekst: Stijn Depoorter Illustraties: Valérie Van Den Eynden

Veel vrienden hebben lijkt simpel. Een housewarming hier, een gemeenschappelijke vriendin daar en hopla, de volgende dag blinkt er een vriendschapsverzoek op Facebook. Maar hoeveel vrienden kun je echt koesteren, in real life? Een persoonlijk onderzoek.

Volgens het woordenboek Van Dale is een vriend een persoon met wie je door gevoelens van genegenheid bent verbonden. De definitie van het woord ‘kennis’ luidt als volgt: iemand die je kent, een bekende. Etymologisch bestaat er een duidelijk onderscheid tussen beide categorieën, maar mijn ervaring leert me dat die scheidingslijn in de realiteit een pak vager is. De mens is van nature een sociaal dier en heeft nood aan gezelschap. Niemand kan floreren zonder de aandacht en liefde van vrienden. Die sociale verbondenheid is belangrijk. Dat betekent niet dat je je diepste zielenroerselen met iedereen deelt. Vaak betekent vriendschap niet meer of minder dan plezier beleven en leuke dingen samen doen.

DE MENS IS EEN SOCIAAL DIER
In het middelbaar fladderde ik van de ene vriendengroep naar de andere. Ik hoorde overal en nergens bij. Ik trok jarenlang dagelijks met dezelfde mensen op, waardoor ze het niveau van kennis duidelijk overstegen, maar toch ervoer ik een gemis. Ik had gezelschap en maakte plezier met hen, maar ik voelde me met niemand echt verbonden. Ik miste de diepere connectie die van (h)echte vriendschap, zo zou ik later ontdekken, zo’n zeldzaam en kostbaar goed maakt.

Dat gemis zadelde me lang op met het gevoel dat ik geen echte vrienden had. Dat gemis zorgde er ook voor dat ik daarom afhaakte. In het nummer Communication van The Cardigans wordt dit gevoel raak bezongen: “I’ve seen you, I know you but I don’t know how to connect, so I disconnect.” Pas halverwege mijn twintiger jaren kon ik afstand nemen van het idyllische droombeeld dat vriendschap altijd door merg en been moest gaan. Dat het simpelweg ook uit oppervlakkig plezier kon bestaan. En dat daar helemaal niets mis mee is.

HET GETAL VAN DUNBAR
De Britse antropoloog Robin Dunbar toonde in 1993 aan dat er een verband is tussen het formaat van de primatenhersens en de gemiddelde groepsgrootte. Zo stelde hij vast dat groepen mensapen uit elkaar dreigden te vallen als de groep te groot werd omdat het dan gewoon te veel moeite kostte om de onderlinge contacten te onderhouden.

Met oppervlakkig plezier is helemaal niets mis

Op basis hiervan berekende Dunbar de omvang van sociale groepen die mensen konden bevatten op basis van hun hersencapaciteit. Het resultaat was 150, het bekende getal van Dunbar. Dat getal omvat ook alle collega’s, klasgenoten en bekenden van de jeugdbeweging of sportclub. Het menselijke brein is niet in staat om van meer dan 150 mensen bij te houden van waar je hen kent en wat de belangrijkste gebeurtenissen uit hun leven zijn.

Ik kan dit alleen maar beamen. Het aantal Facebookvrienden dat ik heb, is een veelvoud van die 150 en geregeld passeert er iemand op mijn tijdlijn bij wie ik wel heel diep in mijn brein moet graven om te weten te komen hoe ik die persoon alweer ken. Achter een computerscherm stelt dit niet veel voor, maar het is des te pijnlijker als je zo iemand in de supermarkt tegen het lijf loopt en je na het praatje nog altijd geen flauw idee hebt wie je gesprekspartner was.

Dunbar dook verder in de materie en zag dat menselijke relaties voorgesteld kunnen worden als cirkels rond een individu. Meestal hebben we een vijftal goede vrienden die heel dicht bij ons staan. De tweede kring omvat tien vrienden, de volgende kring vijfendertig kennissen en de buitenste honderd contacten.

KIES VIJFTIEN VRIENDEN
Ik had nooit gedacht dat de verzamelingenleer uit de lagere school in dit artikel aan bod zou komen, maar het is die kring van vijftien die onze levenskwaliteit vergroot en die ons opbeurt als we ons down voelen, niet onze honderden Facebookvrienden. De uitverkorenen zijn vaak onze partner, enkele naaste familieleden en een handvol hechte vrienden. Elke vriendschap is uniek en leden van dit selecte clubje vullen ook elk een andere rol in. Met de ene maak je plezier, met een andere heb je diepgaande gesprekken of deel je een passie of je bizarre gevoel voor humor. Het heeft dus weinig zin om vriendschapsbanden met elkaar te vergelijken. Ik heb voor mezelf eens de oefening gemaakt en ergens voelde het wrang aan om mijn vrienden te rangschikken. Je zal maar nummer zestien op iemands lijst zijn. Maar hoe wrang het ook voelde, onderbewust hanteer je wel een rangschikking voor wie je graag veel tijd vrijmaakt en met wie je minder snel geneigd bent om af te spreken.

Ik ondervond ook al dat de vijftien niet steeds dezelfde blijven. Als er nieuwe vrienden op de proppen komen, dan verdwijnen anderen naar de achtergrond, hoe jammer dat soms ook is. De vriendenboekjes die in de lagere school circuleren, zijn het perfecte voorbeeld van die gedwongen ordening. Je geeft het boekje eerst mee aan de klasgenootjes met wie je het best overeenkomt, pas daarna, als het boekje nog niet vol is, krijgen diegenen die je minder leuk vindt het ook mee naar huis.

KLIKKEN EN DUMPEN
Door sociale media is het eenvoudig om vrienden te maken en te dumpen. Een simpele klik volstaat. Vaak hebben we de indruk dat we veel makkers nodig hebben en dat een uitgebreide vriendenkring onze status verhoogt. Maar er is een verschil tussen affiniteit en populariteit.

Honderden likes en comments zorgen niet voor onvoorwaardelijke vriendschap.

Recent deed Dunbar zijn onderzoek opnieuw. In Engeland ondervroeg hij 3.000 gebruikers van sociale media. De testpersonen kwamen uit verschillende leeftijdsgroepen en hadden een uiteenlopend aantal vrienden op Facebook. Het onderzoek wees uit dat sociale media geen invloed hebben op Dunbars getal. Het gebruik van Facebook of Twitter zorgt er niet voor dat je sociale kring groter wordt, maar ze maken de kring ook niet kleiner. Wie verslaafd is aan sociale media, is niet gedoemd tot het kluizenaarschap.

LIEVER WAT MINDER
Om vriendschappen te onderhouden, moet je elkaar regelmatig zien. Maar we hebben het allemaal druk, drukker, drukst en onze vrije tijd is beperkt. We moeten wel kiezen met wie we optrekken tijdens onze vrije momenten. Kiezen is altijd verliezen, maar soms nodig. Dat leerde ik als kleuter al toen ik van mijn mama slechts zes schoolkameraadjes mocht uitnodigen voor mijn verjaardagsfeest.

In zijn boek ‘Nooit meer te druk’ schrijft Tony Crabbe dat je je energie en vrije tijd beter gebruikt om je band te versterken met een selecte groep vrienden dan dat je verdrinkt in een hoop oppervlakkige contacten. Sinds ik dat las, ben ik me meer gaan focussen op mijn vijftien. En eerlijk? Er viel een last van mijn schouders nu ik me niet langer druk maak omdat ik vrienden die buiten ‘mijn vijftien’ vallen al een poos niet gezien heb.

Je steekt je energie en tijd beter in een kleine groep vrienden dan in een hoop oppervlakkige contacten

Want als je het te druk hebt om al je vriendschapsbanden te onderhouden, dan raken ze op den duur uitgehold en geven ze je minder voldoening, waardoor je ongelukkig wordt omdat je de hechte verbondenheid mist. “Drukte is dus een sluipend gif waarvan de gevolgen pas zichtbaar worden als het (bijna) te laat is,” aldus Crabbe.

STICKERALBUM
De theorie van Dunbar verklaart ook het gevoel van gemis dat ik in mijn tienerjaren ervoer. Dat handjevol mensen van wie je weet dat je ze op elk moment van de dag kan storen met de kleine en grote dingen des levens, met wie je die hechte verbondenheid hebt, ligt niet voor het rapen. Soms ontmoet je iemand van wie je denkt dat hij/zij/die het zal worden, maar dan loop je met je hoofd tegen de muur. Een pijnlijke ervaring die je zelfvertrouwen een aanzienlijke knauw geeft. Maar onvoorwaardelijke vriendschap kun je niet afdwingen.

Eigenlijk kun je vriendschap vergelijken met een stickeralbum. Je kunt er maximaal honderdvijftig plaatjes in plakken. De echte verzamelaars willen het album helemaal vol krijgen, terwijl een ander er vrede mee heeft dat er hier en daar wat stickers ontbreken. En soms moet je handenvol zakjes met plaatjes kopen vooraleer je die ene speciale, blinkende sticker tegenkomt waar je zo hard naar op zoek was. De aanhouder blijft plakken.

Deze tekst werd eerder in Charlie Bookzine 6 gepubliceerd.