Stijnzijn

Menu
Longread
Achter Gerda’s façade
Tekst: Stijn Depoorter, Illustratie: Zwoltopia

Elke morgen, behalve op zondag, vertrekt Lucien rond half acht naar zijn klanten. Hij is een zelfstandig schilder op rust maar bleef na zijn pensioen gewoon doorwerken omdat zijn vaste schilderhand, die piekfijn werk aflevert, in de wijde omtrek zeer gegeerd is. Hij doet dit, zoals elke goede Belg, in het zwart. “Wat niet weet, niet deert. Ik heb in mijn leven al genoeg aan de staat gegeven”, moppert hij. Voor hij om de hoek is, kijkt hij nog eens in zijn achteruitkijkspiegel hoe Gerda, zijn echtgenote, de stoep afborstelt. “Wat ben ik toch met mijn gat in de boter gevallen met zo’n vlijtig vrouwtje”, denkt hij. Lucien is een naïeveling.

Gerda borstelt nog een tijdje het voetpad. Ze is een kokette dame, einde vijftig met een kort, pittig, zilverblond kapsel. Elke week knipt een chic kapsalon haar lokken bij. Haar kledij koopt ze enkel in de betere boetiek, de prijskaartjes laat ze nooit aan Luc zien. Wie wil pronken met een mooie vrouw moet daarvoor nu eenmaal diep in de buidel tasten. In haar badkamer vind je een assortiment aan schoonheidsproducten waarmee je een duo citytrip kunt financieren, sinds die mislukte experimentele ingreep heeft ze nu eenmaal die gelaagdheid nodig om haar ware gelaat te verdoezelen.

Maar nu terug naar Gerda haar borstelwerk. Ze kan haast niet geloven dat de dag waar ze al zo lang naar uitkijkt eindelijk is aangebroken. Speciaal daarvoor heeft ze haar nieuwe jas al aangetrokken. Ze hoopt dat de overbuurvrouw de jas opmerkt als ze zo dadelijk de krant uit de brievenbus haalt.

De overbuurvrouw laat vandaag op zich wachten en omdat er niets meer te borstelen valt veegt ze enkele denkbeeldige stofjes van de vensterbank met haar vingers. Gerda woont in een rijhuis in een oude arbeiderswijk van de stad. Haar voorgevel is echter drie keer breder dan de andere huizen in de straat en daarom spreekt ze tegen anderen steevast over de villa. Eindelijk komt de overbuurvrouw naar buiten gewaggeld in haar peignoir. Ongewassen en onopgemaakt, duidelijk nog maar net uit bed gerold. Hoe sommige mensen zich zo kunnen laten gaan begrijpt Gerda niet. “Een beetje zelfrespect mag wel”, vindt ze. Gerda verlaat haar woning enkel als ze er piekfijn uitziet, ook al is het maar om de stoep te vegen. Ze heeft zin om misprijzend met haar hoofd te schudden maar dat doet ze niet. In plaats daarvan knikt ze vriendelijk naar haar buurvrouw en flaneert ze naar binnen met haar nieuwe jas alsof ze die op een modedefilé in Parijs showt.

Stijn_observatie_2000px
Illustratie: Zwoltopia

In een ver verleden zat Gerda nog achter de kassa in een supermarkt. Maar toen de patron haar op diefstal had betrapt en ze zonder werk viel, trouwde ze maar met Lucien, een schilderszoon uit een nabij gelegen stad. Ze was niet verliefd op hem maar veel keuze had ze niet. In de beginjaren had het koppel het niet breed maar Lucien vond dat het als man zijn verantwoordelijkheid was om voor zijn gezin te zorgen dus werd Gerda huisvrouw. Hun verstandshuwelijk werd niet veel later bezegeld met de geboorte van een zoon en dochter. De kinderen waren ondertussen al een hele poos het huis uit en wat bij Lucien begon als werken om te leven was na al die jaren uitgegroeid tot leven om te werken. Zo kon Gerda zich met dat geld uitleven in de boetiek en verdrong de karige beginjaren naar de verste uithoeken van haar geheugen. In de loop der jaren groeide ze uit tot een pronkzuchtige dame die zichtbaar genoot als ze kon opscheppen tegen haar omgeving: over de sterren van het luxehotel op reis, over de dure – en smaakloze – designluster, over het feit dat ze als eerste in de straat een flatscreen tv hadden gekocht en dan wel meteen het grootste model …

Ondanks de weelde, was de dagelijkse routine toch in haar leven als huisvrouw geslopen. Haar voormiddagen vult ze al decennia lang afwisselend met poetsen – haar huis blinkt altijd als een spiegel – en bezoekjes aan de betere supermarkt. Behalve als haar winkelwoede wat uit de hand gelopen is, dan rijdt ze twee gemeentes verder naar de bekende discountsupermarkt. Zo ziet niemand dat ze daar inkopen doet, of dat denkt ze toch. Eenmaal terug thuis steekt ze de spotgoedkope huisraad in lege merkverpakkingen zodat manlief zich geen vragen hoeft te stellen. Maar vandaag doorbreekt ze die routine: dweil en emmer blijven onaangeroerd en voorraadkasten worden niet aangevuld. Ze spendeert haar voormiddag met het zorgvuldig uitkiezen van een aantal outfits. Ze plooit de kleren op en schikt ze secuur in haar chicste reistas. Doordat ze deze handelingen de voorbije weken al talloze keren in haar hoofd heeft uitgevoerd, verloopt het inpakken verloopt vlotter dan verwacht. Ze herhaalt hetzelfde ritueel in de badkamer en daarna verstopt ze de koffers onder het logeerbed. Voordat ze aan het middagmaal begint heeft ze zelfs nog tijd om haar afscheidsbrief te schrijven.

Gerda walgt van dit ritueel maar tegenstribbelen, doet ze niet.

Omdat Lucien meestal ergens in de buurt schildert, luncht hij ’s middags vaak thuis, zo ook vandaag. Na de maaltijd heeft hij een vast middagritueel: hij gaat naar de slaapkamer, kleedt zich uit, zet zijn toupet op de paspop en gaat op bed liggen. Dan wacht hij tot zijn vrouwtje hem enkele minuten later vergezelt voor een snelle wip. Van een lekker toetje gesproken. Gerda walgt van dit ritueel maar tegenstribbelen, doet ze niet. Ook al voelt ze zich die luttele minuten als een gebruiksvoorwerp, ze ondergaat haar lot gelaten. Voor de laatste keer, of dat denkt ze toch.

Haar namiddagen vulde ze voorbije jaren met kappersbezoeken, manicure, winkelen of een koffie met wat lekkers in het duurste etablissement van de stad en net daar had ze enkele jaren geleden Patrick, een paardenkweker op rust, ontmoet. Ze waren aan de praat geraakt en dat moment was het begin van een affaire die nu al enkele jaren aan de gang is – de precieze details van de verboden liefde lees je in de betere stationsromans. Na elke ontmoeting rept Gerda zich naar huis en tegen de tijd dat Lucien van zijn werk komt staat onze vriendin al ergens naarstig te kuisen in huis. Aan dit hachelijk ritueel komt vandaag een einde want Patrick komt haar straks niet enkel voor de namiddag maar voor altijd oppikken.

Gerda zit in de woonkamer, piekfijn uitgedost. Haar koffers staan in de hal, de afscheidsbrief ligt op de keukentafel. Ze kijkt naar de staande klok, Patrick laat al twintig minuten op zich wachten. Ze wordt stilletjes aan wat nerveus maar ze weet dat hij elk moment voor haar deur kan stoppen., Hij zou haar nooit in de steek laten, neen nooit, daar is ze rotsvast van overtuigd.

Drie uur later zit Gerda nog steeds te wachten en sijpelt het besef binnen dat Patrick niet meer komt. Ze slentert naar de massief eiken barkast en schenkt zich een porto uit die ze ad fundum achteroverslaat. “Bah, het is van dat goedkoop spul”, denkt ze bij zichzelf. Ze loopt naar de hal, neemt haar koffers, loopt de trap op naar boven en verstopt deze terug onder het logeerbed. Uitpakken doet ze morgen wel. Ze moet haar tranen verbijten maar kan niet wenen. Het kan nu even niet want Lucien komt zo dadelijk thuis. Gerda kleedt zich om en trekt haar oudste kleren aan. Voor één keer kan het haar niet schelen dat ze er niet als een plaatje uitziet. Ze een emmer met water en bruine zeep, neemt een schuurborstel en loopt naar buiten. Daar kiepert ze de emmer water uit over de stoep en begint ze die te schuren als een bezetene. Enkele minuten later komt Lucien thuis. “Ga maar naar binnen en haal maar een pintje uit de koelkast, ik ben hier bijna klaar”, zegt ze ontwijkend. De man verdwijnt naar binnen en Gerda schrobt naarstig verder tot ze abrupt stopt en beseft dat de afscheidsbrief nog steeds op de keukentafel ligt …