Stijnzijn

Menu
Column
Het was donderdag en woensdag was voorbij
Tekst: Stijn Depoorter / Foto: Sarah Van Looy

Het was vrijdagavond, zo rond half zes toen deze zin mijn aandacht trok. Ik stond klaar om af te rekenen aan de toonbank van de koffiebar maar de barista liet op zich wachten. Buiten begon het al te schemeren, binnen heerste er een gezellige drukte want de zaak zat vol met een allegaartje van mensen die een cappuccino boven een frisse pint verkiest om hun weekend mee in te zetten.

“Het was donderdag en woensdag was voorbij.” zei de jongen – ik schatte hem midden de twintig – tegen zijn kompaan aan het tafeltje aan mijn linkerzijde.

Veel uiterlijke details of bijzondere lichaamskarakteristieken van de knaap herinner ik me niet meer want naar mensen staren is nu eenmaal onbeleefd, en ik zou maar eens per ongeluk oogcontact moeten maken met een vreemde. Enkel de manier waarop hij die ene zin uitsprak bleef me bij. Zijn stemgeluid klonk gelaten en had een trieste ondertoon waardoor de zin het geroezemoes in de koffiebar voor enkele tellen deed verstommen. Het leek alsof de jongen die woensdag, eergisteren dus, op iets gehoopt had. Tevergeefs gehoopt had.

“Het was donderdag en woensdag was voorbij”, zei de jongen.
“Tja, dan vrees ik dat je je conclusies moet trekken”, zei zijn kompaan.

Op wat de jongen die bewuste woensdag precies gewacht heeft zal voor mij altijd een raadsel blijven. Misschien had hij gesolliciteerd voor zijn droomjob. Misschien had zijn geliefde bedenktijd gevraagd na een indringend gesprek over de toekomst. Misschien had hij het manuscript waaraan hij de voorbije maanden gewerkt had doorgestuurd naar een uitgever. Ik heb er het raden naar. Uit de reactie van zijn vriend kan ik wel opmaken dat het verhoopte die woensdag niet geschiedde.

Een wereld zonder hoop, zou een nog donkerder plek zijn. Hoop kan iets ontzettend moois zijn, hoop doet leven. Een Miss-kandidate die naïef maar oprecht hoopt op wereldvrede. Een landbouwer die hoopt op een goede regenbui voor de gewassen. Een kind dat aan de vooravond van Sinterklaas hoopt op een goedgevulde schoen…

Toch kan hoop een donker kantje hebben. Als de verwachtingen je leven gaan beheersen als een maretak die zich op een fruitboom parasiteert en langzaam maar zeker zijn gastheer overwoekert tot stervens toe. De voorbije weken liet ik de maretak rustig gedijen op mijn lijf. Ik leefde in de waan van tevergeefse hoop. Nachtenlang hield hoop me wakker en was ik scenarist van mijn eigen utopie. Het is tijd om de hoop uit mijn lijf te verdelgen.

Het besef is er, nu nog een handleiding op de kop tikken hoe ik dat het beste aanpak. Verdringing, vervanging of vervoering zijn allemaal legitieme opties. Was ik een fietsband, dan was het simpel. Een verloren, al dan niet roestige, nagel op de weg zou ervoor zorgen dat alle hoop langzaam uit mijn lijf vloeit. Maar ik ben geen fietsband. Dat is een vaststaand feit.

Zo wandelde ik die vrijdagavond naar huis met in gedachten die ene sombere maar veelzeggende zin: “Het was donderdag en woensdag was voorbij.” En dat was dat.